Leefomstandigheden 19e eeuw

Leefomstandigheden
In de afbeelding hieronder zie je een arm gezin uit de 19e eeuw.

leefomst

Een arm gezin in de 19e eeuw.                                                                                                                                          

Je ziet dat aan de kleine huizen. Ook de grote gezinnen is een kenmerk van een arm gezin. De meeste arme gezinnen hadden ongeveer 6 tot 15 kinderen. De reden van zoveel kinderen was dat elk kind weer geld kon verdienen door te werken. Het nadeel was dat het kind wel weer gevoed moest worden en dat kostte weer meer geld. De armen hadden het heel zwaar in die tijd. Ze maakten lange werkdagen en hadden daardoor vaak slaaptekort. Ze leefden ook heel onhygiënisch en ongezond. Ze douchten heel weinig en poetsten hun tanden ook niet. Heel de straat gebruikten dezelfde waterpomp. Als er dus een virus in zat, was de hele straat ziek. Geld voor de dokter hadden ze niet. Ook liepen er overal ratten. Het ongezonde aan hun eten was dat het totaal niet gevarieerd was. Dus ze kregen niet alle vitamines binnen. Vaak was hun avondeten een simpele aardappel. Iedereen kreeg er maar eentje. Sommige kinderen hadden lichamelijke ziektes als rachitis. Onzijdig eten helpt dan niet. Om hun zorgen niet te hoeven voelen, dronken ze veel.  De armen geloofden vaak in god. Ze waren te arm om te mogen stemmen. Daarom veranderde er ook niks aan de leefwijze van de armen. De rijken hadden het daarentegen wel heel goed. Vaak woonden ze in een prachtig huis met bedienden. Aten veel verschillende maaltijden. Droegen kleren van dure stoffen. En konden vaak hoge beroepen krijgen doordat ze naar school konden gaan. En de armen, daar rouwden zij zich niet om. Zij wilden gewoon rijk worden en geld strooien.    

Kinderarbeid
Kinderen begonnen al op jonge leeftijd met werken. Ze begonnen vaak wanneer ze zes jaar of ouder waren. Ze moesten heel hard en lang werken. Net zoals hun ouders. En ze kregen ook heel weinig betaald. Net als hun ouders. Er gebeurden veel ongelukken waardoor er kinderen gewond raakten en zelfs overleden. Ze konden vaak niet naar school gaan omdat ze dat niet konden betalen. In 1874 was het eindelijk zo ver de kinderwetje Van Houten werd opgericht. Hierdoor mochten kinderen onder de 12 niet meer werken. En gingen naar school tot hun twaalfde. Maar kinderen bleven toch illegaal werken, want anders verdienden ze geen geld. Als er inspecteurs kwamen kijken werden de kinderen in een kast gegooid en verstopt voor een paar uur. Zodat de inspecteurs niet wisten dat er kinderen werkten in de fabriek.

arbei

Als de kinderen niet luisterden moesten ze als straf voor een tijdje gratis werken of ze werden op straat gezet, ontslagen dus.


 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>